BMW 3.0 CSL Alpina van 1973 uitgebracht door Spark op schaal 1/18

Door de huidige Covid epidemie werden er in 2020 veel evenementen geannuleerd. Enkele vonden nog doorgang maar achter gesloten deuren of met een beperkt aantal deelnemers. Om onze rubrieken toch te voorzien van de nodige artikels moesten we op zoek naar nieuw materiaal. Het bespreken van nieuwe boeken was de eerste nieuwe rubriek en vandaag gaan we van start met een tweede: het voorstellen van nieuwe miniaturen. We bespreken niet enkel het miniatuur maar zoals u het ondertussen van ons gewend bent zal het ook voorzien worden van de geschiedenis die bij de wagen hoort.

Om de spits af te bijten kiezen we voor een model van de firma Spark. Hugo Ripert sticht in 2000 het bedrijf. Hij krijgt van thuis uit de miniatuurwereld met de paplepel ingegoten want zijn vader deed onderzoek voor modellen en produceerde de voorseriemodellen voor grote spelers zoals Vitesse, Quartzo en Ixo. Zoon Hugo richt zich in de beginperiode vooral op Le Mans auto’s die door de grote merken niet in hun catalogus worden opgenomen. Van bij de start zijn het echte pareltjes die op het hoogste niveau meedoen in de miniatuurwereld. En dit is niet enkel voor de modellen, ook de verpakkingen zijn schitterend. De eerste modellen worden buiten huis geproduceerd in Zuid Chinese fabrieken. Aantallen variëren tussen de 700 en 1000 stuks.

Spark wordt een wereldspeler en vandaag is het bedrijf gevestigd in Macau waar alles in eigen regie wordt uitgevoerd. Vooral voor oudere modellen is onderzoek en het nodige fotomateriaal héél belangrijk. Spark beschikt hiervoor over een gigantisch eigen archief. Nadat er een model is gekozen volgen de ontwikkeling en voorserie. Na goedkeuring volgt dan de serieproductie.

En ze doen dat héél goed. Ze maken hoog kwalitatieve miniaturen voor ieders keuze: Le Mans, Formule 1, Formule 2, Formule 3, WRC, DTM, WTRC, WTCC, ETCC en Historic. Ze slaan geen enkele reeks over. Hun producten worden kant en klaar geleverd dus geen misérie met lijm, verf en bestikkering. Na aankomst kan het product direct in uw vitrinekast geplaatst worden. Ze produceren ook in diverse schalen: 1/87, 1/64, 1/43 en tenslotte 1/18.

In deze laatste reeks hebben we gekozen voor een BMW 30 CSL Alpina van 1973. Deze versie werd al eerder uitgebracht in 1/43 en vandaag is het de beurt aan de grote broer op 1/18.

 

Het Europees kampioenschap voor toerwagens is begin jaren 70 de speeltuin van vooral BMW en Ford. De lichte Ford Capri’s nemen het op tegen de zwaardere BMW 2800 CS modellen. Deze laatste moeten het vooral hebben van hun uithouding want door hun gewichtshandicap moeten ze in pure snelheid de Capri’s voorlaten. Ford is vertegenwoordigd door een volwaardig fabrieksteam en BMW laat tuners zoals Alpina en Schnitzer het werk opknappen. Alpina kan in 1970 op regelmaat wel de prestigieuze 24 uren van Francorchamps winnen.

De vraag voor een lichtere versie van de ondertussen 30 CS is dringend. Bob Lutz, de vice-presient bij BMW, wil hier wel naar luisteren. Hij ziet het echter groter en wil een volledig nieuw BMW fabrieksteam op poten zetten en engageert hiervoor Jochen Neerpasch. In 1972 wordt BMW Motorsport GMBH opgericht en de eerste opdracht is om een lichtere competitieversie te maken van de 30 CS. Enkele maanden later zal de 30 CSL het levenslicht zien. De L staat voor “licht” en wijst op het gebruik van lichtere materialen. De meeste koetswerkpanelen worden zo aluminium en ook de ramen worden dunner en daardoor ook lichter. Het fabrieksteam zal twee auto’s inzetten in 1973. Deze zullen voor het eerst de magische M kleuren dragen: rood, donker- en lichtblauw. De BMW tuners blijven uiteraard niet achterwege en schakelen ook over op de CSL versie.

 

Het Koninklijk park van Monza zal op 25 maart 1973 de afspraak zijn voor de eerste wedstrijd. Ford verschijnt met drie fabriekswagens, BMW met twee maar heeft Alpina en Schnitzer als eventuele back-up. Dat het menens is kan je zien aan de piloten op de fabriekswagens: Hans Stuck, Dieter Quester, Chris Amon en Toine Hezemans zitten bij BMW aan het stuur. Op de Capri’s vinden we John Fitzpatrick, Gerry Birrell, Dieter Glemser, Jochen Mass, Jody Schekter en zelfs tweevoudig wereldkampioen Formule 1 Jackie Stewart. BMW heeft de kloof met Ford gedicht en de lokale “gorilla van Monza” Vittorio Brambilla zet zijn Schnitzer BMW op de pole voor de Capri van Jackie Stewart. Spektakel verzekerd!

Onze Alpina CSL verschijnt in maagdelijk wit en zonder sponsering aan de start. Aan het stuur de Australische sport- en toerwagenpiloot Brian Muur en de nog jonge Niki Lauda. Om zijn Formule 1 deelnames te financieren had Lauda een lening afgesloten. Hij betaalde die terug door de start-en winstpremies in andere wedstrijden. In de overeenkomst met Alpina kreeg Lauda 5000 DM startgeld en nog eens 5000 DM extra bij een overwinning.

 

De veldslag in Monza is hevig. De meeste tenoren gaan ten onder op het slagveld en de strijd voor de overwinning gaat tussen de Alpina BMW van Lauda en Muir en de Capri van Schekter en Mass. Na 4 uren wedstrijd gaat de BMW  over de finishlijn met 20 seconden voorsprong op Ford. De toon voor een spannend kampioenschap is meteen gezet.

Lauda zorgt vervolgens voor een tweede overwinning met deze CSL in de “Coupes de Spa”. Dit is een voorprogramma wedstrijd voor toerwagens op zaterdag voor de 1000 km van Francorchamps voor sportprototypes. Hij haalt het na een hevig duel met de Ford van Claude Bourgoinie. De volgende dag start hij opnieuw, met Hans Stuck als co-piloot, in de 1000 km wedstrijd. De Alpina CSL wordt zevende algemeen na zes prototypes. Er is ondertussen een tweede exemplaar waar Muir, ook met Stuck als co, achtste eindigt. Hiermee laten ze verschillende Porsche Carrera’s en Ferrari 365 GTB’s achter hun. Lauda kan opnieuw zijn lening met een stuk afkorten.

 

Na Monza volgt de tweede wedstrijd voor het Europees kampioenschap op de Salzburgring. De CSL is ondertussen oranje gelakt in de kleuren van Jägermeister. Lauda heeft Formule 1 verplichtingen in Zolder en is niet aanwezig. BMW Motorsport is wegens de voorbereidingen op de 24 uren van Le Mans er ook niet en leent Hezemans uit aan Alpina. Hij en Muir eindigen op plaats twee na een Ford Capri.

 

Een deelname aan de 1000 km van de Nürburgring voor sportprototypes valt in het water. De Alpina CSL wordt door Muir op zaterdag tijdens de trainingen in de vangrail gezet met een forfait als gevolg.

De CSL is hersteld voor de 24 uren wedstrijd op de zelfde Nürburgring. Opnieuw wint Lauda, deze keer met Hans Peter Joïsten, voor de tweede Alpina van Muir en Akkersloot. Het fabrieksteam van Ford kan met Heyer en Fritzinger nog net het podium halen met zes ronden achterstand.

De wedstrijden in de Eifel volgen mekaar op en twee weken later is de Nürburgring opnieuw de plaats voor misschien wel de beste wedstrijd ooit uit het Europees toerenwagenkampioenschap. Ford zet een extra Capri in voor Formule 1 wereldkampioenen Jackie Stewart en Emerson Fittipaldi. BMW heeft echter ook een verrassing van formaat: al de topwagens zijn voorzien van een gigantische vleugel op de koffer, een dakspoiler en vinnen op de voorste spatborden. Dit is de eerste wedstrijd voor een versie die men later de “batmobile” zal noemen. Lauda zet de Jägermeister CSL op de pole met een tijd van 8.17.8. Dit is 20 seconden sneller dan twee weken eerder zonder de extra  vleugels. De Alpina CSL is ook lang de favoriet voor de overwinning maar een defekte wiellager zorgt voor een langdurige herstelling en valt terug naar plaats drie. Alle Ford Capri’s hebben ondertussen het slagveld moeten verlaten door technische problemen of ongevallen. Het podium is volledig voor BMW:  Stuck/Amon winnen voor Hezemans/Quester met de fabriekswagens. Lauda en Joisten eindigen op plaats drie. Dit is meteen ook de laatste wedstrijd voor Lauda bij Alpina. Een discussie over de uitbetaling van de premies zorgt voor een scheiding tussen hem en Alpina baas Bovensiepen. Lauda zal later een fabriekscontract voor het seizoen 1974 krijgen bij Ford. En zijn financiële zorgen zullen helemaal van de baan zijn na zijn overgang naar het Ferrari Formule 1 team. Hij zal dus in 1974 zowel formule1 rijden voor Ferrari als toerismewagens voor Ford.

Twee weken later is Francorchamps gastheer voor de volgende confrontatie. Hun traditionele 24 uren zijn het hoogtepunt van het jaar. Na het vertrek van Lauda vormen Muir en Joïsten een nieuw koppel op de Jägermeister BMW. De tweede Alpina is voor de Duitser Menzel en onze landgenoot Peltier. Op de eerste startrij vinden we de Alpina tussen de twee fabrieks BMW’s. Toen was het nog een 3-2-3 startopstelling. De BMW’s nemen al van bij de start de leiding en laten de Capri’s achter. De spoilers op de “batmobile” doen maximaal hun werk op het hoge snelheidscircuit van het oude Francorchamps. De Alpina neemt hierbij het voortouw en Brian Muir bouwt stelselmatig een voorsprong uit. De Ford Capri’s zijn kansloos met rondetijden die rond de 6 a 10 seconden per ronde trager zijn en moeten hopen op problemen bij de BMW’s.

De Alpina blijft stevig aan de leiding en draait probleemloos zijn ronden. Even na 23u slaat echter het noodlot toe: Hans Peter Joïsten dubbelt twee Alfa Romeo’s van Roger Dubois en Claude Ballot-Lena. Hij is echter te snel en raakt de vangrail en komt terug op de rijbaan net voor Dubois. Deze remt maar wordt aangereden door Ballot-Lena en de eerste Alfa knalt in de Alpina BMW. Beide piloten overleven het ongeval niet. De tweede Alpina BMW van Peltier en Menzel wordt onmiddellijk teruggetrokken uit de wedstrijd.

Iets later gaat de Alfa van Massimo Larini in de bocht van Combes van de baan. Larini wordt zwaar gewond uit het wrak gehaald. Hij zal kort hierna overlijden. De overige Alfa Romeo’s worden na dit tweede  drama ook teruggetrokken. Later begint het ook nog hevig te regenen. Verschillende piloten worden bang en zetten hun auto definitief aan de kant.

De koers gaat echter gewoon door en Hezemans en Quester winnen met de Motorsport BMW 30 CSL. De Ford Capri van Mass en Fitzpatrick worden tweede met 15 ronden achterstand. Voor een goed begrip: een rondje oud Francorchamps was 14 kilometer lang!

De Jägermeister BMW is rijp voor de sloop, geen enkel onderdeel kan nog hergebruikt worden. Alpina bouwt een nieuwe exemplaar dat debuteert in de zes uren van Paul Ricard met twee bekende namen achter het stuur: Jacky Ickx en James Hunt. Ze worden tweede op 19 seconden na Hezemans en Quester. Voor de laatste wedstrijd in Silverstone zitten Derek Bell en Harald Ertl aan het stuur. Ze winnen de fameuze Tourist Trophy en sluiten zo 1973 toch nog in schoonheid af. Een jaar met grote overwinningen en het drama in Spa.

Toine Hezemans wint de Europese titel voor BMW met een  bijdrage van Alpina door een tweede plaats zowel op de Salzburgring als op Mantorp Park. Hezemans was voor beide wedstrijden door BMW uitgeleend aan Alpina.

Alpina stopt eind 1973 zijn actief raceteam maar zal nog wel auto’s bouwen en preparen voor klanten. Het zal in 1977 opnieuw langs de grote poort binnen komen in het Europese kampioenschap. Het wordt door BMW uitgestuurd om het op te nemen tegen een fabrieksteam van Jaguar. Alpina wordt met Dieter Quester Europees Toerenwagen kampioen.

Het model van Spark is perfect van vormgeving, details en afwerking. Lakwerk en decoratie zijn zoals het echte exemplaar. De CSL is ook voorzien van de typische Alpina velgen die tot op vandaag nog altijd op hun seriewagens geplaatst worden. Zijspiegels ontbreken maar dit was ook zo op de echte racewagens wegens “niet nodig”. Zoals elk Spark model op 1/18 kunnen de deuren, motorkap en koffer niet geopend worden. Toch één opmerking: de zwarte sokkelplaat, die typisch is voor Spark, heeft een klein foutje. Deze vermeldt altijd het merk, model, wedstrijd en de piloten. De drukker is hier de nul in 30 CSL vergeten.

Deze Alpina is de eerste 30 CSL die Spark op schaal 1/18 uitbrengt. Binnenkort komt de Jägermeister versie van de 24 uren van de Nürburgring en wellicht zullen er nog vele varianten volgen.

Spark brengt met de Alpina een mooi eerbetoon aan dit model. De allereerste overwinning van een BMW 30 CSL werd door deze Alpina behaald bij zijn debuutwedstrijd in Monza. Zijn korte hevige, succesvolle maar dramatisch afgelopen carrière maken hem historisch en onvergetelijk. Ook de aanwezigheid van de grote Niki Lauda draagt hier aan bij en zorgt zeker voor een extra meerwaarde.

Verslag en foto’s: Joris De Cock
Foto’s schaalmodel: Spark Website