Gezien op het Antwerp Classic Salon: de Belga Le Mans Rondeau M379B van 1980.

Het Antwerp Classic salon had dit jaar als thema de 24 uren van Le Mans. Er werden Le Mans deelnemende wagens tentoon gesteld uit een periode met 70 jaar geschiedenis van de etmaalwedstrijd. Tussen al dat moois viel ons oog op een Belga Rondeau M379B die in deze configuratie deelnam aan de editie van 1980. Deze auto zou later nog 8 keer deelnemen in andere kleuren, maar is ondertussen toch al enkele jaren terug in zijn oorspronkelijke originele uitvoering.Met sigarettenfabrikant Belga is ook een Belgische sponsor aanwezig in dit internationaal event. De Belga fabriek bevond zich toen in het Antwerpse Merksem. Sigarettenfabrikanten waren in de jaren 70 en 80 massaal aanwezig in de autosport. Merken als Belga, Barclay, Marlboro, Bastos, Gitanes en Gauloises steunden massaal de autosportactiviteiten en dit niet enkel in België maar ook op Europees niveau of zelfs op wereldniveau zoals bv Marlboro dit deed. Aangezien Belga een Belgisch product was richtte het zich in eerste instantie dan ook op de Belgische markt met deelnames aan het Belgisch kampioenschap voor Toerenwagens met Ford Capri’s, als ook het Belgisch rallykampioenschap met een Ford Escort of een Porsche 911 SC. Met succes, want verschillende Belgische titels werden zowel op het circuit, als op de rallywegen veroverd. De Belga Capri’s winnen daar boven op ook nog drie maal de 24 uren van Francorchamps, een wedstrijd waar tot het jaar 2000 enkel toerwagens mochten deelnemen. Vanaf 2001 is het een GT wedstrijd geworden. In 1978 winnen Teddy Pilette en Gordon Spice en in 1979 en 1980 is de zegepalm voor de gebroeders Jean Michel en Philippe Martin. Deze laatste twee waren, samen met Gordon Spice, ook de piloten van de Belga Rondeau.

De toenmalige Belga baas Jules Radar beslist om in 1980 de lat wat hoger te leggen en klopt aan bij het team van Jean Rondeau uit Le Mans. Deze piloot/constructeur was reeds enkele jaren actief met het bouwen van wagens voor deelname aan de 24 uren. Hij werd in 1976 benaderd door de Franse behangpapierfabrikant Inaltera die meer naambekendheid wou generen voor zijn producten. Inaltera laat bij Rondeau twee wagens bouwen die voorzien worden van een Ford Cosworth motor. Deze zullen deelnemen onder hun naam in de GTP klasse. Dit is een door organisator ACO ontworpen klasse. Twee Inaltera’s nemen de start in 1977 en bereiken allebei ook de eindmeet. Henri Pescarolo en Jean Pierre Beltoise eindigen verdienstelijk op P 8 en zijn meteen ook winnaar in de GTP klasse en Jean Rondeau en Jean Pierre Jaussaud eindigen gekoppeld aan onze landgenote Christine Beckers op P 21. Het Inaltera avontuur krijgt een vervolg in de 24 uren van Daytona in 1977. De lange reis naar de USA is echter veel minder succes vol. Vertrokken van op P3 en P4 moeten beide wagens al vlug de strijd staken. Opnieuw naar Le Mans voor de editie 1977. Deze keer zijn er drie exemplaren aan de start. Het circuit van Le Mans ligt de Inaltera’s duidelijk beter dan dat van Daytona want Jean Rondeau en Jean Ragnotti vallen net naast het podium met een vierde plaats in de eindstand. Een volledige vrouwelijke ploeg met Lella Lombardi en Christine Beckers finishen als elfde. Dit is twee plaatsen beter dan hun collega’s Jean Pierre Beltoise en Al Holbert op de derde Inaltera. Opnieuw komen alle ingeschreven wagens in de 24 uren van Le Mans ook effectief aan. Inalera stopt de sponsering en de wagens worden verkocht aan een nieuwe eigenaar uit Zwitserland. Rondeau beschikt nog wel over al de constructieplannen en beslist om dan maar onder zijn eigen naam een bijna identieke wagen uit te brengen. In 1978 zal hij debuteren met de Rondeau M378 in Le Mans. In het jaar dat Renault eindelijk deze wedstrijd op zijn palmares kan bijschrijven – link artikel – verschijnt er een nieuwe Franse constructeur die zich vooral zal specialiseren in zijn thuiswedstrijd : de 24 uren van Le Mans. De nieuwe Rondeau is slechts enkele dagen voor de wedstrijd klaar. Door de opgedane ervaring met de Inaltera’s is dit geen probleem. Jean Rondeau, gekoppeld aan rallyrijder Bernard Darniche en Jacky Haran, eindigt op een mooie negende plaats in het eindklassement en is opnieuw winnaar in de GTP klasse voor een Inaltera die nu werd ingezet door een Zwitsers team.

Voor de editie 1979 ziet Rondeau het al wat groter en maakt 3 wagens van het type M379 klaar. Deze zijn alle drie voorzien van een verschillende sponsor. Deze wedstrijd is er één met héél veel regen. Jean Ragnotti en Bernard Dariche eindigen op P5 en collega’s Henri Pescarolo en Jean Pierre Beltoise op 10. Teambaas Rondeau zelf moet de strijd staken na een ongeval waarbij teammaat Jacky Haran de wagen in de vangrails had geplaatst. De twee andere Rondeau’s werden voor de eerste keer in de categorie groep 6 ingeschreven. Technisch was dit niet zo’n groot verschil met de GTP klasse waarin tot nu werd deelgenomen. Het grootste verschil was het minimum gewicht dat reglementair werd voorgeschreven. Bij Rondeau was dit een verschil van 70/80 kg afhankelijk van het chassisnummer van de wagen. Omdat de Rondeau als GTP was ontwikkeld, speelde dit minimumgewicht niet echt een grote rol, maar in Groep 6 was dit wel belangrijk want minder kilo’s is meer snelheid ! Rondeau heeft nooit de Groep 6 versies op het minimum gevraagde gewicht kunnen brengen.

In 1980 verschijnt dan de Belga Rondeau op het toneel. Belga zorgt voor de nodige centjes om de gebroeders Jan Michel en Philippe Martin samen met Capri preparateur Gordon Spice een zitje te versieren in de Rondeau met startnummer 20. De wagen met chassisnummer 002 zal deelnemen in de GTP klasse. 002 had in 1979 al deelgenomen en had de vijfde plaats behaald met Ragnotti en Darniche. Rondeau zet ook nog twee wagens in het de Groep 6 klasse. Hij zelf en Jean Pierre Jaussaud besturen de nr 16 en de 15 is zijn “topwagen” met Henri Pescarolo en Ragnotti aan het stuur. Deze beide Rondeau’s verschijnen met de zelfde sponsering van Le Point en ITT op hun zwarte koetswerk met gele lijnen. Rondeau behoort vanaf dit jaar tot de grote kanshebbers op de overwinning. Zijn kansen waren gestegen omdat het fabrieks Porsche Team forfait had gegeven en zijn 936 turbo’s op stal hield. Tegenstand zou er vooral komen van Reinhold Joest die een oudere Porsche 908 turbo had aangemeld. Ook een massa Porches 935 K3 Kremer in Groep 5 waren van de partij om hun overwinning van het vorige jaar te herhalen. Toen Joest aan kwam in Le Mans om zijn oude “908” te laten keuren voor de wedstrijd, waren de pers en publiek volkomen verrast toen ze zijn Porsche mochten bewonderen. Die leek als twee druppels water op een 936 turbo versie 1977. Het chassisnummer vermelde echter een 908/80. Bijna niemand geloofde wat Joest vertelde. Dit was een vermomde 936. Slecht nieuws voor het team van Rondeau die er meteen een tegenstander van formaat bijhadden. De 908 was ook nog in een volledige Martini decoratie wat hem nog meer aan de 936 deed denken. Jaren later zouden ze toegeven dat Porsche Joest had geholpen door hem chassisnummer 936-004 ter beschikking te stellen en dat ze eigenlijk toch hadden geprobeerd om de boel wat te misleiden. De echte kenners hadden echter niet veel geloof gehecht aan de verzinsels van Joest en Porsche en waren al voor de start overtuigd dat het een 936 turbo was. Ook de aanwezigheid van Porsche sterpiloot Jacky Ickx deed veel liefhebbers nog meer twijfelen.
Rondeau zal voor de eerste keer van op de pole positie mogen vertrekken. Henri Pescarolo draait met de nr 15 de snelste tijd voor twee Kremer Porsches 935 Groep 5. Ickx en Joest doen het voorlopig kalm aan en zetten de valse 936 op 4 net voor de Rondeau van de baas zelf. De zwaardere GTP Belga start op P19. Een half uur voor de start is er een wolkbreuk over het circuit en er zal moeten gestart worden in zeer extreme omstandigheden. Van een safety car start had toen nog niemand gehoord en de meute werd op het geplande startuur gewoon losgelaten zoals voorzien. John Fitzpatrick neemt met zijn Kremer 935 K3 de leiding voor Pescarolo. Ickx laat begaan en zakt terug in het klassement. “Fitz” zal na één uur wedstrijd ook als leider afklokken en dit voor de verrassende BMW M1 Groep 4 van Hans Stuck. Regenmeister Stuck had zich van op P 26 opgewerkt naar een tweede plaats in het algemene klassement. Een prachtprestatie met zijn toch eerder bescheiden GT wagen die de M1 in dit startveld toch maar was. Stuck zal enkel stoppen om te tanken en blijft bijna drie uur aan het stuur van zijn M1. Dit tot grote vreugde van de aanwezige toeschouwers die zijn prachtige drifts nog langs zullen herinneren. Na drie uur wedstrijd zal hij toch zijn M1 aan de box moeten brengen. Een voorganger had onderdelen verloren en deze door de voorruit van de M1 laten vliegen. Tegen deze hoge snelheden waren die door het raam gegaan. Stuck moest zelfs afgevoerd worden naar de ziekenboeg voor verzorging. De M1 zal later, na de montage van een nieuw raam, de strijd opnieuw opnemen en ook Stuck zal later terug in actie komen. Na enkele uren wedstrijd komt het zonnetjes opnieuw tevoorschijn en begint het circuit op te drogen. Ickx en Joest beginnen aan een remonte en komen tegen 20 u aan de leiding. De zwarte Rondeau’s volgen met de 15 nog in de zelfde ronde en de 16 die ondertussen al gedubbeld is. De Belga Rondeau is ondertussen opgeklommen naar P13. Dat de valse 936 in zijn element begint te komen bewijzen de rondetijden van Jacky Ickx die regelmatig 10 seconden sneller draait dan zijn tegenstanders. De pechduivel haalt echter een eerste keer uit naar de Martini Porsche. De aandrijfriem van de injectiepomp begeeft het en ickx valt stil op het circuit. Omdat dit een regelmatig voorval was bij dit type van motor was er een reserveonderdeel en gereedschap aanwezig in de wagen. Ickx voert zelf de herstelling uit en komt 14 minuten later opnieuw op de baan. Bij valavond is de Rondeau van Pescarolo en Ragnotti de leider en is het de eerste keer dat een Rondeau aan leiding komt in de 24u van Le Mans. Ze blijven het veld aanvoeren tot kort na middernacht. De Ford Cosworth motor begeeft het op de Rondeau nr 15 met een opgave tot gevolg. De teamgenoten op de nr 16 nemen de leiding over. Onze Belga is ondertussen een voorbeeld van regelmaat en is opgeklommen tot op P7. Lang zullen Rondeau en Jaussaud niet aan de leiding blijven want Ickx rijdt nog altijd veel sneller en komt kort daarna de leiding overnemen en zal deze tijdens de nachtelijke uren fors uitbouwen. Tegen de ochtend hebben Joest en Ickx al terug twee ronden voorsprong op de Rondeau. Zonder pech winnen zij de wedstrijd. Onze Belga is ondertussen toegekomen op P4. Even voor 10 uur stopt Joest onverwacht aan zijn pitbox. De versnellingsbak hapert en de tandwielen van de vijfde versnelling dienen vervangen te worden. Herstelling zal een half uur in beslag nemen. Rondeau en Jaussaud komen opnieuw aan de leiding. De Belga Rondeau staat ondertussen virtueel op het podium met een derde plaats. Met vijf ronden achterstand begint de Martini Porsche opnieuw aan een remonte. Twee uur voor het einde van de wedstrijd verschijnen er opnieuw regenbuien boven het circuit. Jean Rondeau is het eerste slachtoffer, hij spint in de Dunlop bocht zonder iets te raken. De Cosworth motor is stil gevallen en Rondeau krijgt hem niet direct aan de praat. Terwijl hij daar stil staat, komt ook de Porsche van Joest voorbij geschoven. Gelukkig raken beide wagens mekaar niet. Uiteindelijk krijgt Rondeau zijn motor opnieuw aan de praat, maar door dit voorval is hij volledig uit zijn ritme geraakt. De baan is ondertussen opnieuw droog en zijn rondetijden zijn meer dan 10 sec trager dan voor zijn spin. Er wordt beslist om Jaussaud de laatste stints te laten doen. Met zijn ervaring is dit geen enkel probleem. Op het eind van de wedstrijd komt nog een nieuwe regenbui de zaak verstoren, maar Jaussaud heeft genoeg voorsprong om Ickx af te houden en brengt de Rondeau nr 16 als winnaar over de finishlijn. Hij wint hiermee deze wedstrijd voor de twee keer in drie jaar tijd maar wat eigenlijk nog veel belangrijker is : voor de eerste keer in de 24 uren van Le Mans wint een piloot met zijn eigen merk de wedstrijd. Jean Rondeau schrijft hiermee geschiedenis. Hier bovenop is hij ook nog inwoner van Le Mans. Deze prestatie is tot op vandaag zonder navolging. Het feest wordt nog groter als de Belga Rondeau na een perfecte wedstrijd als derde algemeen en eerste in de GTP klasse mee mag op het podium. Dit is ook een geslaagd debuut voor de piloten die eigenlijk tot nu toe enkel wedstrijden hadden gereden met veel minder krachtige en geëvolueerde toerwagens.
Jammer genoeg zal er voor de gebroeders Martin geen vervolg meer zijn in de volgende Rondeau deelnames aan Le Mans. Hun collega Spice zal wel nog voor het merk uitkomen en zal later ook constructeur worden van zijn eigen groep C wagens. Door de overwinning van 1980 waren de huurprijzen bij Rondeau fors de hoogte in gegaan. Het budget bij Belga was niet voldoende en voor de editie 1981 werd er een overeenkomt gemaakt met Alain De Cadenet, die ook een trouwe Le Mans deelnemer was met creaties van zijn eigen hand. Een beetje zoals Jean Rondeau maar veel kleinschaliger. Opnieuw rijden de Martin brothers samen met De Cadenet een goede wedstrijd met constante rondetijden en draaien mee in de tweede helft van de top tien. Jammer genoeg zal de Ford Cosworth motor het op zondagmorgen begeven en dit was meteen het einde voor de Belga De Cadenet. Jean Rondeau pakt het in 1981 nog groter aan dan het vorige jaar en zet in het totaal vijf wagens in. De strijd voor de overwinning is dit jaar een stuk moeilijker want deze keer is Porsche wel officiëel vertegenwoordigd. Het haalt voor de laatste keer zijn 936 turbo’s nog eens van stal om al verschillende nieuwe onderdelen te testen voor hun nieuw groep C wapen voor 1982 : de 956. Zo is de 936 uitgerust met de motor die zal gebruikt worden in de toekomstige 956. Jacky Ickx en Derek Bell hebben dat jaar geen technische problemen. De riempjes van de injectiepomp zijn verdwenen en ook de versnellingsbak is niet langer het zorgenkind op de 936. Ze winnen de wedstrijd met ruime voorsprong op twee Rondeau’s. Op de tweede plaats eindigt de Rondeau M379 met chassisnummer 002. Dit is de ex Belga wagen die dit jaar nog een trapje hoger klimt op het podium. Jammer genoeg verdwijnt er ook een Rondeau uit de wedstrijd na een zware crash op de Hunaudières. De wagen is totaal vernield en piloot Jean Louis Lafosse komt hierbij om het leven. De wedstrijd wordt hierna een tijdje geneutraliseerd met een safety-car. Dit is de eerste keer in de geschiedenis van de 24 uren van Le Mans dat deze op de baan komt.

Vanaf 1982 stappen we in het Groep C tijdperk. De Porsche 956 zal de volgende jaren heer en meester worden in zowel de wedstrijden om het WK als de 24 uren van Le Mans. Niemand kan in die jaren wedijveren met Porsche. De Group C leek nochtans een mooie toekomst te krijgen. Merken zoals Ford, Rondeau, Sauber, Lola, Lancia, March en Nimrod sprongen op de groep C kar. Porsche specialisten zoals Kremer en Joest bouwden hun eigen groep C wagen op basis van een Porsche. Zo kwam men bij Belga terecht voor deelname aan het komplete WK en Le Mans met een Joest Porsche 936 C. De ervaring die ze bij Joest hadden opgedaan met hun 908 en 936 versies werd hierbij verder ontwikkeld. De Joest 936 C was op de officiële 956 modellen na de, beste groep C wagen. Een constructeur als Ford had met zijn C100 zijn huiswerk bijlange zo goed niet gedaan als het privé team van Joest en kwam duidelijk snelheid te kort. De gebroeders Martin werden gekoppeld aan huispiloot Bob Wollek. Deze had eigenlijk gehoopt op een zitje in één van de drie officiële Rothmans Porsches maar werd hiervoor niet weerhouden. De Porsches 956 domineerden deze editie 1982 en reden op de Belga Porsche na, iedereen van het kastje naar de muur. De Belga was de enige die het trio Rothmans Porsches kon scheiden en leek op weg naar het podium met P3 achter Ickx/Bell en Mass/Schuppan. De derde 956 volgde op P4 met Haywood/Holbert en Barth. Wollek wilde echter nog een plaats hoger in de rangschikking en vergde het maximum van zijn wagen en motor. Dit was iets te veel van het goede, want de krachtbron van de 936 C begaf het enkele uren voor het einde. Een mooi eindresultaat verdween als sneeuw in de zon. De Rothmans Porsches bezetten gans het podium met de nr 1 van Ickx en Bell op plaats 1, de nr 2 van Mass en Schuppan op plaats 2 en de 3 van Haywood/Holbert en Barth op plaats 3. Perfect resultaat. Veel minder vergaat het bij Rondeau. Al zijn wagens zullen de strijd moeten staken met technische problemen. De Rondeau’s zijn allen voorzien van Cosworth motoren met 3.9 l inhoud die duidelijk meer vermogen leverden dan hun voorgangers met 3.0 en 3.3 versies. Dit extra vermogen was nodig om te kunnen wedijveren met de wagens die van turbo motoren voorzien waren. De betrouwbaarheid is echter veel minder en alle motoren zullen de geest geven. De eer van Rondeau wordt enigszins gered door een privéwagen die wel de eindmeet bereikt op de tiende plaats algemeen. In 1982 zal het Rondeauteam ook meestrijden om de wereldtitel in de Groep C categorie. Henri Pescarolo en Giorgio Pianta winnen zelfs de openingswedstrijd op het circuit van Monza. Porsche is met zijn nieuwe 956 nog niet van de partij. Deze zal pas zijn debuut maken in de volgende wedstrijd op Silverstone. Michele Alboreto en Ricardo Patrese winnen in Engeland met hun Lancia LC1 Spyder die niet voldoet aan het nieuwe Groep C reglement. Hierdoor kunnen ze enkel punten pakken voor het pilotenklassement. Jacky Ickx en Derek Bell zijn wel de eerste Groep C wagen en pakken op deze manier het volle puntenaantal. Rondeau zal tot in de laatste wedstrijd mee in de running zijn voor de wereldtitel bij de merken maar een nogal onlogische beslissing van de CSI ( nu FIA ) zorgt ervoor dat Porsche wereldkampioen zal worden. In de wedstrijd op de Nürburgring was de enige Porsche aan de aankomst een 911 turbo. Waarom deze GT versie punten kon pakken voor het Groep C kampioenschap begreep toen eigenlijk niemand. Zonder deze punten zou de wereldtitel verdiend naar Rondeau zijn gegaan. Door het missen van de titel verliest Rondeau de steun van zijn ondertussen trouwe sponsor: de liftenfabrikant Otis. Rondeau is ondertussen al volop aan het werken aan een echte Groep C wagen: de M482. Hiermee neemt hij met drie wagens deel aan de 24 uren van Le Mans in 1983. Zonder de steun van een sponsor is dit echter niet eenvoudig. Gelukkig komt Ford Frankrijk ter hulp met voldoende financiële steun en kunnen toppiloten zoals Henri Pescarolo, onze Thierry Boutsen, Jean Pierre Jaussaud en François Migault het stuur nemen van de nieuwe M482. Deze blijkt echter helemaal niet opgewassen tegen de Porsche 956. Niettegenstaande zijn héél aerodynamische vorm is er veel te weinig snelheid en ook de betrouwbaarheid is net zoals het jaar ervoor niet veel verbeterd. Alle motoren geven de geest en geen enkele officiële Rondeau zal de finishvlag zien. Hierdoor is Rondeau genoodzaakt om zijn firma te sluiten. Onze vrienden van Belga waren net zoals in 1982 met de Joest 936 C van de partij. De gebroeders Martin werden nu bijgestaan door het jonge multitalent Marc Duez. Deze kon zowel met een rallywagen, een Formule 3 of een Groep C goed overweg. Deze 100% Belgische bemanning zal ook de eindstreep niet behalen. Net zoals bij de Rondeau’s gaat de Porsche motor defect. In 1984 zullen zowel Rondeau als de broeders Martin opnieuw deelnemen aan de etmaalrace. Jean Rondeau verbaast vriend en vijand door met een privé Porsche van het Amerikaanse Swap Shop team van Preston Henn op de tweede plaats algemeen te eindigen. Nadat ze vanop P26 waren gestart waren Rondeau, Henn en John Paul Jr langzaam aan opgeklommen in het klassement. De gebroeders Martin nemen deel op een fabrieks Mazda 727C in de klasse C2 ( de kleine Groep C klasse ). Zij eindigen samen met David Kennedy op een mooie vijftiende plaats algemeen. Belga was bij deze deelname niet meer van de partij.
Rondeau zal in het totaal 19 wagens bouwen. Twee hiervan zijn totaal vernield. De 17 overgebleven exemplaren duiken regelmatig op in Classic evenementen zoals de Le Mans Classic waar de voorbij edities zowel Rondeau’s als Inaltera’s van de partij waren. Enkele van zijn wagens zijn ook te bewonderen in het museum van de 24 uren op het circuit van Le Mans.
Jean Rondeau zal op 27 december 1985 om het leven komen in een ongeval met een trein in Champage. Hij was door de neergelaten slagbomen van een overweg aan het rijden toen hij door een trein werd gegrepen. Hij was net 39 jaar oud geworden. Tot op vandaag is hij de enige piloot/constructeur die met een auto van zijn eigen merk de 24 uren van Le Mans kon winnen. Wij zien direct geen opvolger en zijn ervan overtuigd dat hij ook de enige in de geschiedenis zal blijven.

Drie weken na de beurs van Antwerpen troffen we de Rondeau opnieuw aan op Technoclassica in Essen. Daar maakte hij ook deel uit van de Le Mans expo. Voor wie interesse heeft: momenteel staat deze unieke wagen met chassisnummer 002 te koop.

Verslag: Joris de Cock

Foto’s: Joris de Cock & Patrick Verheeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*